Een systeemplafond bouw je op uit een metalen raster met uitneembare plafondplaten. Op deze pagina vind je de onderdelen voor de complete plafondopbouw: platen, profielen en verlichting in verschillende maten, kleuren en uitvoeringen.
Begin bij een bestaand plafond altijd met de moduulmaat en de breedte van het zichtbare profiel. Maak je een nieuw plafond, dan kun je de onderdelen samen kiezen. Let vervolgens op eigenschappen die voor de ruimte belangrijk zijn, zoals akoestiek, vochtbestendigheid, reinigbaarheid en de gewenste uitstraling.
De zichtbare plafondplaten bepalen voor een groot deel hoe het plafond eruitziet, maar ze vormen slechts één onderdeel van het systeem. De platen rusten in een raster van hoofdprofielen en dwarsprofielen, met langs de wanden een hoeklijn. Boven het plafond blijft ruimte beschikbaar voor leidingen, kabels, ventilatie en andere installaties. Afzonderlijke platen kunnen later uit het raster worden genomen wanneer toegang boven het plafond nodig is.
In de categorie plafondplaten voor systeemplafonds staan verschillende materialen en afwerkingen. Voor een magazijn of eenvoudige bedrijfsruimte kan een functionele basisplaat voldoende zijn. In een kantoor, spreekkamer of schoollokaal kan geluidsabsorptie juist een belangrijker onderdeel van de keuze zijn. Voor ruimtes waar het plafond regelmatig moet worden gereinigd, kijk je ook naar het oppervlak en de reinigingsmogelijkheden van de plaat.
De Knauf Colorado Boulder 600 × 600 mm is een inlegplaat voor een 24 mm profielsysteem en past bij projecten waarin een praktische basisplaat wordt gezocht. De Rockfon Lithos 600 × 600 mm is een witte steenwolplaat die volgens de productuitvoering in een zichtbaar A15- of A24-profielsysteem kan worden gelegd. Deze voorbeelden laten ook zien waarom je niet alleen naar de afmeting moet kijken: materiaal, kantafwerking en profielbreedte moeten eveneens overeenkomen met het gekozen systeem.
De meeste plafondplaten worden aangeboden in een moduulmaat van 600 × 600 of 600 × 1200 mm. De werkelijke plaatmaat is bij inlegplaten iets kleiner, zodat de plaat zonder klemmen in het raster past. De benodigde plafondprofielen kies je op basis van dezelfde moduulmaat en de gewenste zichtbreedte, meestal 15 of 24 mm.
Bij het vervangen van platen in een bestaand plafond is meten daarom de eerste stap. Meet zowel de moduulmaat van het raster als de breedte van de zichtbare profielonderzijde. Controleer daarna de kantafwerking van de oude plaat. Een vlakke inlegplaat en een doorzakplaat kunnen dezelfde moduulmaat hebben, maar geven een ander uiterlijk en zijn niet zonder meer onderling uitwisselbaar.
Bepaal vóór de montage waar verlichting, ventilatieroosters en andere plafondcomponenten komen. Een LED-paneel kan één module van het raster innemen, maar moet qua formaat en ondersteuning bij de plafondindeling passen. Maak daarom eerst een legplan. Daarmee voorkom je smalle passtukken langs de wanden en zie je vooraf hoeveel hele platen, gesneden randplaten en profielen nodig zijn.